Het ei 


Sinds mensenheugenis staat het ei symbool voor de overgang van niet bestaan naar bestaan. Ze zijn er in vele soorten en maten. Het natuurlijke materiaal en de vorm zijn niet te kopiëren. Tegelijkertijd is een ei zo algemeen dat het voor de hand ligt (of juist niet) om het te gebruiken als kunstobject. Een ei heeft een krachtige vorm, een vorm die het nieuwe leven beschermt. Anderzijds is het ei juist gemaakt om te breken als de jonge vogel uit komt. 
Deze twee karakterkenmerken probeer ik  tot uiting te laten komen  bij de bewerking van de eieren. 

Struisvogeleieren zaag ik doormidden met een ijzerzaag. Vervolgens vijl en schuur ik zo lang tot er een mooie kom ontstaat of breek ik er stukjes uit met een tang tot er een natuurlijke breukrand ontstaat, die ik accentueer met een verflaagje. De kleinere eiersoorten bewerk ik door er met een satehprikker, een pincet en/of met mijn handen stukjes uit te breken. De opening probeer ik te sturen in de vorm van het ei, de summiere schildering op het ei wordt hier weer bij aangepast, waardoor de natuurlijke vorm van het ei wordt versterkt. Door de techniek van zagen en breken  van de eieren en de soms ruw aandoende verftechniek, wil ik de breekbaarheid van het ei tot uiting laten komen.

 

Volgens Brãncusi (1876-1957) stelt de vorm van het ei de volmaakte schoonheid voor,  zijn uitspraak:

“In de kunst is eenvoud geen doel, maar men komt door het benaderen
van de ware betekenis van de dingen, ondanks zichzelf, tot eenvoud.”

is een aanrijking voor mij bij het beoefenen van deze kunstvorm.