Het ei, wie kent het niet? We eten ze gekookt, gebakken en in allerlei gerechten. Maar het ei als symbool is misschien niet bij iedereen bekend.

Sinds mensenheugenis staat het ei symbool voor de overgang van niet bestaan naar bestaan.

In de oude Oost-Aziatische culturen geloofde men dat in het begin alom chaos was. Die chaos was gevat in een enorm ei dat alle soorten leven bevatte. Vuur verwarmde de schaal van het ei en het gevolg hiervan was dat een mythologische figuur, genaamd Panu, zich losmaakte uit het ei. Alle gewichtloze dingen groeiden uit tot de hemel en  alle donkere dingen ontwikkelden zich tot de aarde. Toen dit alles begon te groeien werd Panu het universum, verenigde de hemel en de aarde, schiep de wind, de lucht, de wolken, de donder en het  licht. Om de aarde  te verwarmen gaf Panu haar de zon, en ter herinnering aan de kou, gaf hij haar de maan. Dank aan Panu: de zon verwarmde de aarde, de maan scheen en planeten en sterren waren geboren.

De Egyptenaren kenden Osiris, de god van het dodenrijk en ook de god die de doden naar het nieuwe leven begeleidde. Eieren werden hier in het graf meegegeven als geestelijk voedsel voor de overledene voor onderweg naar het eeuwige leven. De Griekse mythologie heeft het verhaal van de zonen van Poseidon, die uit een zilveren ei kwamen. Ook het verhaal van Zeus, die paarde met  Leda,is bekend.  Ze legde twee eieren waaruit Castor en Pollux kwamen (licht en schaduw).

Uit de Joodse geschiedenis kennen we  het Pesach. Dit feest  herinnert aan de uittocht uit Egypte. Voor zij vertrokken uit Egypte bereidden zij een lam en aten dit staande.  Het hedendaagse Pesach in de Joodse godsdienst wordt nog  gevierd met een maaltijd waarin een stuk been met resten geroosterd vlees wordt geserveerd en eieren. Het been herinnert aan het offer dat gebracht werd voor de uittocht uit Egypte, het ei  herinnert aan het nieuwe leven dat zij tegemoet gingen in het beloofde land. Van het Joodse woord Pesach komt ons woord Pasen.

Bij een Joodse begrafenis worden bij de maaltijd eieren geserveerd als teken van nieuw leven na de dood. Johannes van Damascus, een bekende Byzantijnse theoloog en filosoof beweerde dat hemel en aarde gelijk zijn aan een ei:  de schaal correspondeert met de lucht, het vlies met de wolken, het eiwit is het water en het eigeel is de aarde.  Over de gehele aarde zijn eieren gevonden ingraven. Natuurlijke eieren, maar ook en vooral eieren van (edel)steen of klei.  In Oost-Europese culturen worden op herdenkingsdagen natuurlijke eieren naar het graf van familieleden en dierbaren gebracht.

De Saksische volken kenden Isjtar of Ostara, de godin van  het terugkerende licht. Omdat het licht vanuit het oosten komt heet zij Ostara. Duitsland kent dan ook de naam Ostern voor Pasen en Engeland Eastern. Er werden grote feesten gevierd, de zogenaamde Ostarataga, om de terugkeer van het licht te vieren, waarbij grote vuren werden aangestoken. De winter met zijn kou en de boze geesten werden hiermee verdreven. Deze feesten duurden twee dagen.

Ostara had een kip die de gewoonte had haar eieren te verstoppen. Ostara, die de eieren niet kon vinden, werd boos en veranderde de kip in een haas. De haas zocht en vond de eieren. Ostara wordt met een kip en een haas afgebeeld, beide het symbool voor nieuw leven en vruchtbaarheid. In onze ogen zou een konijn meer voor de hand liggen, maar dit dier kwam pas in de late middeleeuwen naar Europa. Een meer logische verklaring voor de paashaas lijkt te zijn dat vogels hun eieren leggen in kuilen en hazenlegers. De mensen zagen deze aan voor hazeneieren. Hiermee is het verstoppen van en zoeken naar eieren met Pasen verklaard, maar er is nog iets. In het voorjaar begroeven de boeren eieren in de akkers om de vruchtbaarheid te bevorderen. Deze traditie kent Rusland ook, waar men pisanki en krashenki maakt. Pisanki zijn gekleurde rauwe eieren, die een jaar onder een icoon bewaard worden en daarna in de akker worden begraven voor de vruchtbaarheid. Krashenki zijn gekookte eieren die werden beschilderd om cadeau te geven en op te eten tijdens het paasfeest.

Een verhaal uit de begintijd van het Christendom vertelt ons dat na de dood en opstanding van Christus, Maria Magdalena naar Rome ging om het evangelie te preken en een bezoek te brengen aan keizer Tiberius. In die tijd brachten mensen, die de keizer bezochten, een cadeau voor hem mee. Rijke mensen gaven vaak juwelen en arme mensen gaven wat ze konden missen. Maria Magdalena, die eens welgesteld was, maar alles verloor, behalve haar geloof in Christus, gaf de keizer een kippenei en sprak: “Christus is verrezen”. De keizer twijfelde aan haar woorden en merkte op dat opstaan uit de dood net zo onmogelijk was als de verandering van kleur van een ei van wit naar rood. Tiberius was nog niet uitgesproken toen het ei langzaam begon te verkleuren tot scharlakenrood. Vanaf die tijd zijn rode eieren bij de christenen het symbool van de verrezen Christus. De rode kleur is symbool van het bloed van Christus, het ei symbool van het graf waaruit Hij is opgestaan. In veel landen geven christenen elkaar rode eieren met Pasen, als teken van de wederopstanding, maar ook als vriendschap en gelukbrenger. Rood is ook de kleur van de liefde en vriendschap. 

Een andere legende vertelt ons van een marktkoopman die met zijn eieren op weg is naar de markt. Onderweg ontmoet hij Jesus, die zijn kruis draagt. De marktkoopman zet zijn eieren aan de kant en helpt Jesus bij het dragen van zijn kruis. Toen de arme man terugkeerde naar zijn eieren, zag hij dat ze niet meer wit waren maar verschillende kleuren hadden. Het ei hoort bij Pasen. In de loop  der eeuwen is het kleuren van eieren uitgegroeid  tot het versieren van eieren op allerlei mogelijke manieren. Ook werden en worden wereldwijd eieren gemaakt uit hout, steen, papier-maché, goud, zilver, porselein, enz. Het gouden ei staat symbool voor de zon, dus rijkdom.

Rusland heeft met name een rijke ei traditie. Behalve de pisanki en krashenki, kent men ook de matreoshka, eieren uit hout of papier-maché, die, als je ze opent, een kleiner ei bevat en vervolgens weer een kleiner ei bevat, enz. Tsaar Peter de Grote, stichter van Sint Petersburg, bracht de ateliers waar alle soorten eieren werden vervaardigd en beschilderd, van Moskou naar de stad aan de Neva. In 1799 vervaardigde de Keizerlijke Porseleinfabriek 254 eieren, in 1802 waren dat er 960.  Aan het eind van de 19e eeuw werd hier het eerste Fabergé-ei vervaardigd. Carl Fabergé, een Fransman, werd door de Tsaar naar St. Petersburg gehaald om daar in opdracht eieren te ontwerpen voor de  Tsarenfamilie. De Fabergé-eieren, gemaakt uit ivoor en glas, zijn rijk versierd met goud, zilver en edelstenen. Tsaar Alexander III gaf zijn vrouw, de Tsarina, elk jaar met Pasen een Fabergé-ei. Aan het begin van de 20e eeuw werkten ongeveer 30mensen in de fabriek. Voor het Paasfeest in 1914 werden er 3991 porseleinen eieren gemaakt en in 1916 waren dat 15365. Overal in Rusland werden duizenden eieren vervaardig in kleinere werkplaatsen. Ook houten eieren werden in Rusland vervaardigd en beschilderd met beroemde iconen, waarvan de verrijzenis van Christus op een rood gekleurd ei een geliefde afbeelding is bij de Russisch Orthodoxe gelovigen.

In China geeft men eieren bij geboortefeesten. Deze feesten worden echter pas een maand na de geboorte gehouden, als gebleken is dat het kind levensvatbaar is. Ook met nieuwjaar, een nieuw begin, en met verjaardagen, geven mensen elkaar eieren. China kent prachtige eieren uit halfedelsteen.

In Japan krijgen meisjes op “Meisjesdag” (3 maart) ei-popjes waarin de wens besloten ligt, dat zij later een goed huwelijk zullen sluiten. In de Islam kent men het ei ook als vruchtbaarheidssymbool en in Afrika hing men struisvogeleieren in heilige bomen voor een rijke kinderschare. Uit Kenia komen eieren uit speksteen gehouwen en fraai gegraveerd met de zo bekende Afrikaanse afbeeldingen. India kent ook speksteeneieren. Sommige zijn opengewerkt, waarin een jonge vogel te zien is. Zowel in India als in China worden    de veelkleurige geëmailleerde eieren vervaardigd, de zogenaamde cloisonné-eieren. Vanuit de Oost-Europese landen werd vroeger door de marskramers het versieren van paaseieren naar het westen verspreid, waar in verschillende streken een eigen ontwikkeling aan de versieringen werden gegeven. Zo kent men in Zwitserland versieringen met stro, Polen kent dit ook , maar heeft ook knipselfiguren op eieren en op de Balkan is men bedreven in het batikken van eieren. Italië maakt marmeren en glazen eieren. In de Boheemse glastraditie worden ook eieren vervaardigd.

Nederland heeft ook zo zijn ei tradities. Het zoeken van eieren, die door de Paashaas worden verstopt, is geliefd in veel streken en ook het eten van eieren, zowel natuurlijke als chocolade- en suikereieren is bekend bij iedereen. In Katholieke streken brachten de Paasklokken de eieren mee uit Rome. Op Paaszaterdag om 12.00 uur keerden ze uit Rome terug en werd er vanuit elke kerktoren uitbundig  geluid, na de zes weken durende vastenperiode.

Er zijn in Nederland steeds meer mensen die zich bezighouden met het versieren van (paas)eieren. Om ze houdbaar te maken, worden ze uitgeblazen. Veel kunstenaars maken eieren van keramiek, hout, porselein, papier-maché en andere materialen. In heel West-Europa worden in de periode voor Pasen eierbeurzen gehouden, waar veel moois te zien en te koop is en waarvan veel eieren ware kunstwerkjes zijn.

En tot slot, als tegenhanger van alle veelkleurige eieren uit de hele wereld: een van de beroemdste kunstobjecten is “le Commencement du monde” van Constantin Brancusi, gesymboliseerd in een bronzen ei. Mooi in z’n eenvoud, gemaakt in 1924. Het ei is te zien in het Kroller Muller-museum.

kroller muller – Le Commencement du monde

Meer verhalen over eieren zijn welkom.